Jaarrekening

Algemeen

De bekostiging van de RPO maakt onderdeel uit van de Mediabegroting. In 2025 was het totale budget voor de regionale publieke mediadiensten 188.258.328 euro, inclusief de consumentenprijsindexvergoeding 2025 van 3,197 procent als tegemoetkoming voor inflatie. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap stelde het budget vast.

Daarnaast is 9.319.706 euro bestemd voor de RPO. Dit bedrag bestaat de reguliere bekostiging voor de RPO van 2.102.127 euro, naast een bekostigingsdeel van 7.217.579 euro als onderdeel van het programma Werk aan Uitvoering. Dit programma is gericht op het verbeteren van dienstverlening en informatievoorziening aan burgers (en ondernemers). De RPO heeft de aanvraag ingericht op twee onderdelen uit het concessiebeleidsprogramma, digitale transformatie en innovatie, met verbindingen naar andere nieuwe activiteiten en thema’s. Het programma loopt tot en met 2031 en is vanaf 2023 onderdeel van de bekostiging.

Onderdeel van de bekostiging van de RPO betreft een bijdrage voor de dubbele transmissiekosten van de RPMI’s voor radio, analoog via FM en digitaal via DAB+. Deze bijdrage ziet toe op de periode september 2025 tot en met augustus 2026. In zowel de baten als de lasten is enkel tijdvak 2025 betrokken.

De bekostiging is bedoeld voor de uitvoering van de wettelijke activiteiten, zoals genoemd in het RPO-activiteitenplan en de begroting 2025. De regionale omroepen dragen bij aan de bekostiging van de RPO voor de uitvoering van de niet-wettelijke taken. Dat zijn de activiteiten die in het activiteitenplan zijn beschreven onder bevordering samenwerking tussen de regionale omroepen. Deze bijdrage is vastgesteld op 348.953 euro.

Eind augustus 2024 stemde het ministerie in met het project Bureau Lokaal. Dit project wordt uitgevoerd door de NLPO, de RPO en de NOS en voorziet in het versterken van de journalistiek door meer samenwerking van lokale, regionale en landelijke publieke omroepen. Het project loopt tot en met 2026 en wordt in twee jaar voorzien van een subsidie. Beide subsidiebeschikkingen zijn verlengd tot en met eind 2026. Voor 2025 kent de subsidie een bedrag van 1.747.988 euro aan ingezette middelen. De RPO is penvoerder bij dit project.

De RPO sluit het boekjaar af met een positief exploitatiesaldo. Een deel van het exploitatiesaldo wordt gereserveerd. Het overtollige deel, boven tien procent van de bedrijfslasten, is opgenomen als schuld aan het ministerie van OCW. Over het surplus van het bekostigingsdeel voor het programma Werk aan Uitvoering wordt in 2026 aanvullend beschikt voor 1.500.000 euro ten behoeve van de uitvoeringsagenda van het nieuwe CBP 2026-2030.

Het exploitatieresultaat bedraagt 48.421 euro en is toegevoegd aan de reserve. De jaarrekening van de RPO is in de vergadering van 16 april 2025 vastgesteld door de raad van toezicht. Bijgaande cijfers betreffen een samenvatting van het financieel jaarverslag, waarvoor een goedkeurende verklaring is afgegeven door Flynth Audit BV.

Balans per 31 december 2024

in euro’s (na resultaatbestemming)

Activa

20252024
Vaste activa
Materiële vaste activa:
– Bedrijfsgebouwen en -terreinen210.177242.374
– Inventaris en inrichting32.39042.704
– Andere vaste bedrijfsmiddelen40.84546.843
283.412331.921
Vorderingen
Handelsdebiteuren231.44860.600
Overige vorderingen16.03415.182
Overlopende activa449.536628.514
697.018704.296
Liquide middelen
Bank9.290.2245.159.863
Totaal activa10.270.6546.196.080

Passiva

20252024
Eigen Vermogen
Reserve voor media-aanbod894.693846.271
894.693846.271
Voorzieningen
Overige8.8005.400
8.8005.400
Kortlopende schulden1.384.140436.912
Schulden aan leveranciers64.12936.970
Belastingen en premies sociale verzekeringen3.076.9361.593.681
Verschuldigd surplus reserve media-aanbod4.171.2582.677.210
Overige schulden4.171.258599.636
Overlopende passiva9.367.1615.344.409
Totaal passiva10.270.6546.196.080

Exploitatierekening volgens categoriale indeling 2025

in euro’s

20252024
Baten11.727.3119.008.811
Personeelslasten3.849.4082.547.694
Afschrijvingen57.50256.052
Transmissiekosten DAB+526.686268.798
PR en promotie (inclusief in- en externe betrekkingen)10.355161.412
Huisvestingslasten108.749116.568
Overige algemene lasten4.394.2315.312.190
Som der bedrijfslasten8.946.9318.462.714
Financieel resultaat39.378396
Saldo uit gewone bedrijfsuitoefening2.819.758546.493
Verschuldigd surplus reserve media-aanbod2.771.337305.598
Exploitatieresultaat na overdracht48.421240.895

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Algemeen

De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de Regeling financiële verantwoording regionale publieke media-instellingen en de RPO 2024 (Handboek) en de bepalingen bij en krachtens de WNT. Tevens erkennen wij onze verantwoordelijkheid voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten, lasten en balansmutaties. Dit houdt in dat de totstandkoming van deze bedragen in overeenstemming dient te zijn met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals vermeld in het Handboek.

De RPO is aangewezen als zelfstandig bestuursorgaan en opgenomen in de mediawet. De jaarrekening is opgesteld op basis van de continuïteitsveronderstelling.

Gezien de aard van de organisatie zijn de volgende onderdelen uit het Handboek niet van toepassing op de jaarrekening van de RPO: Model IV. Toelichting op exploitatierekening, Model VI. Toelichting op nevenactiviteiten per cluster, Model VII. Sponsorbijdragen en bijdragen van derden, Model VIII. Barteringcontracten en 2.3.3. Lasten onafhankelijk product. Ook heeft het ministerie van OCW voor de RPO een afwijking van Model II toegestaan. Dit betreft de wijze van verantwoording van de bijdragen van regionale publieke media-instellingen onder ‘Bijdragen van (overige) derden’. Dit hangt niet samen met programma gebonden eigen bijdragen.

Als onderdeel van de taakstelling van de RPO worden activiteiten gericht op samenwerking en coördinatie verricht. Deze kosten zijn voor risico en rekening van de RPO en vormen de basis voor de bijdrage van regionale omroepen (verantwoord onder de baten in de exploitatierekening). In het geval van additionele kosten bij de uitvoering worden voor het aangaan van deze kosten afspraken met regionale omroepen gemaakt. De werkzaamheden worden daarbij uitgevoerd onder erantwoordelijkheid van de regionale omroepen. Deze additionele kosten zijn voor rekening en risico van regionale omroepen. Deze kosten worden verwerkt via de balans. Organisatiekosten worden hier niet bij betrokken, aangezien deze onderdeel zijn van de taakstelling.

Activiteiten

Stichting Regionale Publieke Omroep (RPO) is op basis van de Mediawet aangewezen als het samenwerkings- en coördinatieorgaan voor de uitvoering van de publieke mediaopdracht op regionaal niveau. Het inschrijvingsnummer van de Kamer van Koophandel is 66111374. De stichting is statutair gevestigd te Hilversum.

De mediawet belast de RPO met de volgende taken:

  • Het bevorderen van samenwerking en coördinatie met het oog op de uitvoering van de publieke mediaopdracht op regionaal niveau.
  • Het behartigen van zaken die van gemeenschappelijk belang zijn voor de regionale publieke mediadienst en de regionale publieke media-instellingen.
  • Het sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten en het vaststellen van normen voor de honorering van freelancers, mede in naam van de regionale publieke media-instellingen.
  • Het bevorderen van een doelmatige inzet van de gelden die bestemd zijn voor de verzorging en verspreiding van het media-aanbod en het bevorderen van geïntegreerde financiële verslaglegging en verantwoording.
  • Het inrichten, in stand houden, beheren en exploiteren en regelen van het gebruik van organen, diensten en faciliteiten, waaronder studio’s en distributie-infrastructuren, die nodig zijn voor een goede uitvoering van de publieke mediaopdracht op regionaal niveau.
  • Andere taken waarmee zij bij de wet wordt belast.

Indien niet anders is vermeld worden de activa en passiva gewaardeerd tegen historische verkrijgingprijs.

Materiële vaste activa

Investeringen in materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings-/vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen over deze waarde. De RPO hanteert, conform handboek een activeringsgrens van 2.500 euro (exclusief BTW), waarbij ook de BTW tot de verkrijgingsprijs wordt gerekend.

Voor afschrijvingen gelden de volgende afschrijvingspercentages.

Voor de investeringen tot en met 2022 gelden de reeds gehanteerde afschrijvingspercentages (van het geldende handboek tot en met 2022).

Vorderingen en overlopende activa

Vorderingen en overlopende activa worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde en vervolgens tegen de geamortiseerde kostprijs eventueel onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid.

Liquide middelen

Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Reserve voor media-aanbod

Exploitatieresultaten dienen na winstbestemming altijd te worden verrekend met de reserve voor media- aanbod, conform het handboek. De RPO is vanaf 2021 in staat reserve voor media-aanbod te vormen op basis van de Mediawet (art 2.175 Mediawet). De RMA is begrensd op maximaal 10 procent van de lasten in het betreffende tijdvak. Het surplus dient als schuld te worden verantwoord onder Verschuldigd surplus reserve media-aanbod.

Voorzieningen

Overige voorzieningen

Deze voorziening wordt gevormd op grond van de CAO voor het omroeppersoneel en wordt nominaal bepaald. Het betreft een voorziening voor kosten samenhangend met een loopbaantraject voor werknemers. Er wordt uitgegaan van een blijfkans van 100 procent.

Kortlopende schulden

Deze posten worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde en vervolgens tegen de geamortiseerde kostprijs.

Baten

Baten betreffen een subsidie voor 2025 door het ministerie van OCW aan de RPO en de vastgestelde bijdragen van Regionale Publieke Media Instellingen aan de RPO. Deze bijdragen worden per omroep vastgesteld aan de hand van de gehanteerde percentages in het Mediabesluit 2008. Daarnaast is een projectsubsidie toegekend voor activiteiten met betrekking tot samenwerking tussen lokale en regionale omroepen, Bureaus Lokaal 2025. Deze subsidie is, net als de subsidie Bureaus Lokaal 2024 verlengd tot en met 2026.

Voor de subsidievoorwaarden is aangesloten bij de bepalingen van het handboek.

Een deel van de subsidie 2025 met betrekking tot DAB+ loopt niet evenredig met het tijdvak 2025. Vanwege synchronisatie met de vergunning ziet deze subsidie toe op de periode september tot en met augustus van het volgende tijdvak. Dit is nadrukkelijk de bedoeling van het ministerie.

Lasten

De lasten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. (Voorzienbare) verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het boekjaar worden in acht genomen indien zij vóór het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden en wordt voldaan aan de voorwaarde voor het opnemen van voorzieningen.

Pensioenen

Reguliere regeling

De (vroeg-) pensioenen van de werknemers zijn ondergebracht bij de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Media PNO. De regeling betreft een middelloonregeling. Uitgangspunt is de verplichting die de onderneming heeft uit hoofde van de pensioentoezegging aan de werknemers. Die bestaat uit het voldoen van de verschuldigde pensioenpremie.

Exploitatieresultaat

Het exploitatieresultaat wordt bepaald door de baten te verminderen met de lasten, voor zover deze zijn toe te rekenen aan het boekjaar, onder aftrek van een mogelijk verschuldigd surplus reserve media-aanbod. Dit surplus is afhankelijk van de hoogte van de reserve voor media-aanbod. Deze mag in principe maximaal tien procent van de som der bedrijfslasten zijn.

Vergelijkende cijfers

Daar waar dit het inzicht van de gebruiker ten goede komt heeft herrubricering plaatsgevonden.

Financiële instrumenten

Kredietrisico

De RPO handelt met kredietwaardige partijen, deels vanuit het verleden vanuit ROOS en met het ministerie van OCW en regionale omroepen. Voor nieuwe relaties wordt de kredietwaardigheid ingeschat en waar nodig getoetst. Tevens heeft de RPO maatregelen getroffen om de omvang van het kredietrisico bij elke financiële instelling en debiteur te beperken. Bovendien bewaakt de RPO haar vorderingen en hanteert een strikte aanmaningsprocedure. Door de bovenstaande maatregelen is het kredietrisico minimaal.

Liquiditeitsrisico

Periodiek worden analyses over liquiditeit gemaakt. De RPO wordt tijdig bevoorschot en transacties ten behoeve van regionale omroepen worden eveneens tijdig doorbelast. Door tussentijdse monitoring en eventuele bijsturing worden liquiditeitsrisico’s beheerst, hierbij wordt rekening gehouden met beperkte beschikbaarheid van liquide middelen.